2012 juni examen 1) leg de brug van Wheatstone helemaal uit 2) Juist of fout: - door een snelkookpan gaat water koken op een temperatuur lager dan 100°C - Iemand met lange benen heeft een grotere weerstand dan iemand met korte benen - als ik een glazen overschaal op een inductiekookplaat zet dan kan ik hiermee koken - een oefening op magnetisme - een grafiek en je moest zeggen of het juist was of niet, ging over de condensator en de afstand tussen 2 condensatoren. Mensen van in de namiddag: BIA uitleggen, dan dat van die 3 lampen als je er eentje weghaalt en trg bijdoet, vergroot R dan ? De resistiviteit in functie van de temperatuur uitleggen wat dat met de geleiding te maken heeft AF is zelfde nauwkeurigheid als metingen ? Is een voltmeter in serie geschakeld? Mijn examen, in de voormiddag: inductiekoken + teken en leg uit + geef de 2 principes + zeg wa voordeel is. juist fout vrage: *je kan ijs doen smelten door de druk te verhogen, een ampèremeter heeft een grote inwendige weerstand, een figuur met elektron en zeg of het elektron in evenwicht zit tussen een lading van 4Q- en 4Q+ als men 4 lampen heeft en er is er een kapot en men vervangt die wordt de weerstand groter of niet? heeft de kracht die inwerkt op een lading dezelfde zin en richting als het elektrisch veld? Schriftelijk Oefening op elektrisch circuit, met weerstanden oefening op foutenleer oefening op warmteleer Examen dag 2 Theorie: 1) leg inductie koken uit, 2 fenomenen en de voordelen van inductie koken 2) Juist of fout: a)een snelkookpan kookt op minder dan 100°C b)2 cilinders L=2 R=0.5 en L=1 R=0.25 zijn even geleidend? c)het lichaam heeft een capaciteit? d) rechterhand regel toepassen op een elektron dat in een magnetisch veld komt e) R=R1+R2 geeft de vervang weerstand voor weerstanden in parallel? Oefeningen: 1) oefening op foutenleer zoals met het fruit en vitc 2) condensatoren: vervangcondensator zoeken 3) warmte leer, pot met water waar je groenten in doet->de evenwichtstemperatuur zoeken.